Het geld van de toekomst/De informatierevolutie

Uit Aardnoot
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Verouderingsgolf

Het geld van de toekomst (28)
Bernard Lietaer

Klimaatverandering en ondergang van biodiversiteit

Tweehonderd jaar geleden beweerde Benjamin Franklin dat de werkdag slechts vijf uur hoefde te zijn als iedereen productief zou werken. Zestig jaar geleden schatten Bertrand Russell, een Engelse filosoof, en Louis Mumford, een Amerikaanse autoriteit op het gebied van cultuur, dat een twintigurige werkweek genoeg zou moeten zijn om alle goederen en diensten in onze samenleving te produceren. Gedurende de afgelopen dertig jaar voorspelden vele economen een verkorte werkweek, of pensionering op 38-jarige leeftijd. Op 19 oktober 1967 voorspelde The New York Times: ‘Tegen het jaar 2000 zullen de mensen niet meer dan vier dagen per week en minder dan acht uur per dag werken. Met de wettelijke vrije dagen en de lange vakanties zou dit tot een jaarlijkse werkduur van 147 dagen en 218 vrije dagen kunnen leiden.’

Wat er in tegenstelling tot al deze voorspellingen feitelijk heeft plaatsgevonden is een hevige, wereldwijde strijd om arbeidsplaatsen. Wereldwijd hebben minstens 700 miljoen capabele en bereidwillige mensen voortdurend geen of te weinig werk. Werkloosheid placht vooral een probleem van de Derde Wereld te zijn, maar komt nu ook voor in de ‘ontwikkelde’ landen. Europa ervaart zijn ergste werkloosheidscrisis sinds de jaren dertig; Japan heeft zijn grootste werkloosheid ooit. In de VS heeft het jagen op banen zich veeleer vertaald in een verslechtering van de werkomstandigheden dan in gewone werkloosheid. Terwijl de Amerikaanse arbeidsproductiviteit tussen 1973 en 1993 met 30% is toegenomen, is in dezelfde periode het loon in reële waarde met ongeveer 20% gedaald. Tegelijkertijd is het gemiddeld aantal werkuren met 15% toegenomen en is werkverslaving een onuitgesproken vereiste geworden om de baan te behouden. Zoals psychologe Barbara Killinger stelt: ‘Werkverslaving is de belangrijkste oorzaak van echtscheidingen geworden’.10 De International Labor Organization van de Verenigde Naties noemt stress op het werk ‘een wereldwijd voorkomend verschijnsel’.11

De harde werkelijkheid is dat de postindustriële wereldeconomie geen werk heeft voor de zes miljard mensen die nu op de planeet leven, laat staan voor de acht miljard bewoners die zijn voorspeld voor 2019, en dus daarin niet kan voorzien. Groei zonder nieuwe arbeidsplaatsen is voor belangrijke ondernemingen over de gehele wereld geen voorspelling, maar een gevestigde trend. De mate waarin dit teken aan de wand door statistieken kan worden weergegeven, wordt aangegeven door William Greider12: de grootste 500 ondernemingen ter wereld maken en verkopen zeven keer zoveel goederen en diensten als twintig jaar geleden maar zijn er tegelijkertijd in geslaagd het totaal aantal werknemers te verminderen.

Economen zullen terecht stellen dat productiviteitsverbetering in de ene sector vaak leidt tot het scheppen van werkgelegenheid in andere sectoren, en dat daarom technologische verandering ‘op de lange termijn’ niet van belang is. Maar niemand kan beweren dat technologische veranderingen niet leiden tot massale verschuiving van werkgelegenheid, met fundamentele veranderingen van de kwalificaties die nodig zijn om een functie te vervullen. Als de veranderingen snel geschieden—zoals het geval is met de informatietechnologie—kan zo’n werkverschuiving minstens zo destructief zijn als een voortdurend verlies van banen. Voor hoeveel staalarbeiders is het realistisch om te verwachten dat zij herschoold kunnen worden tot computerprogrammeur of jurist, ook al is er in deze sectoren een grote vraag? William Bridges, expert op het gebied van de toekomst van werkgelegenheid, heeft gezegd dat ‘onze strijd om een arbeidsplaats binnen een generatie zal lijken op de strijd om een dekstoel op de Titanic’.13

Om zout in de wond te strooien: de enige gemeenschappen in de huidige wereld die minder dan vier uur per dag werken zijn de nog overlevende ‘primitieve’ stammen van jagers verzamelaars, die nog ongeveer net zo leven als ze al 20.000 jaar doen. Ook de gewone landbouwarbeider in het middeleeuwse Europa van de 10e tot de 13e eeuw besteedde minder dan de helft van de dag aan zijn werk.14 Wat doen we fout?

Wassily Leontief, econoom en winnaar van de Nobelprijs in 1973, heeft het gehele proces als volgt samengevat: ‘De rol van mensen als belangrijkste productiefactor zal onvermijdelijk minder worden, op dezelfde manier als de rol van paarden in de landbouwproductie eerst verminderde en daarna werd verdreven door de introductie van tractoren.’15 Paarden konden we vredig laten uitsterven, maar wat doen we met de mensen?

De geldvraag is hier: Hoe kunnen we een bestaan geven aan miljarden mensen als er groei is zonder nieuwe werkgelegenheid?

De geldvraag is hier: Hoe kunnen we een bestaan geven aan miljarden mense als er groei is zonder nieuwe werkgelegenheid?