Het geld van de toekomst/Ithaca-uren

Uit Aardnoot
< Het geld van de toekomst
Versie door Martien (overleg | bijdragen) op 12 mrt 2009 om 18:17 (Nulde versie)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tijddollars

Het geld van de toekomst (249)
Bernard Lietaer

De PEN Exchange

Ithaca is een klein universiteitsstadje in het noorden van de staat New York, met een bevolking van ongeveer 27.000 zielen. Het is geen rijke stad. Het heeft bijvoorbeeld het hoogste percentage ‘werkende armen’ van de staat New York (mensen die een volledige baan hebben maar toch zo weinig verdienen dat ze in aanmerking komen voor voedselbonnen).

Paul Glover, een plaatselijke gemeenschapsactivist, voelde dat de nabijheid van New York de energie van de gemeenschap voortdurend afdreef naar de nabijgelegen grote stad. Hij besloot iets aan dit probleem te gaan doen. In november 1991 lanceerde hij een complementaire munteenheid, om de mensen aan te moedigen hun geld en tijd in de gemeenschap te besteden. Hoewel dit om iets meer infrastructuur vraagt dan Tijddollars blijft het nog steeds opmerkelijk eenvoudig.

De kern van het systeem is een tweemaandelijks nieuwsblad op tabloidformaat, waarin de producten en diensten worden geadverteerd van mensen die Ithaca-uren accepteren. Eén Ithaca-uur staat gelijk aan 10 dollar en vertegenwoordigt ruwweg een uur werk tegen een ruim minimumloon in dat gebied. Er zijn biljetten met nominale waarde van 2, 1, 1/2 en een 1/4 uur. De meeste biljetten voor Ithaca-uren worden eerst uitgegeven via de adverteerders in het nieuwsblad. Elke adverteerder krijgt biljetten ter waarde van vier uren als zij een advertentie in het nieuwsblad plaatsen. Het gebied waarbinnen de Ithaca-uren kunnen worden uitgegeven is vrijwillig beperkt tot een geografische straal van 30 kilometer rond het centrum van de stad.

Het tweemaandelijkse nieuwsblad heeft meestal zo’n 1200 vermeldingen, waaronder meer dan 200 ondernemingen. Deze omvatten een plaatselijke supermarkt, de drie bioscopen, de boerenmarkt, medische zorg, advocaten, ondernemingsadviseurs en het beste restaurant van de stad. Ook de plaatselijke bank accepteert rekeningen in complementaire munteenheid en is in staat geweest daardoor een heel trouw klantenbestand aan te trekken.

Een van de sleutelelementen hierin is dat de adverteerders hun prijsopgave geven in een combinatie van de twee munteenheden. Een huisschilder bijvoorbeeld adverteert dat hij 10 dollar per uur vraagt, 60-40 (hetgeen betekent dat 60% betaald kan worden in Ithaca-uren en 40% in gewone dollars voor de verf, de kwasten, benzine, belasting enzovoort). Een andere schilder kan een prijsopgaaf doen van 11 dollar, 90-10 (hij is bereid om tot 90% betaling in Ithaca-uren te accepteren). Als u dus meer Ithaca-uren hebt dan dollars zult u wellicht liever naar deze laatste schilder gaan, zelfs nu zijn nominale vraagprijs iets hoger is.

Ithaca’s bioscopen accepteren bijvoorbeeld ‘s middags tot 100% in Ithaca-uren, omdat de kosten van het afspelen van een film vaste kosten zijn, onafhankelijk van de hoeveelheid mensen in de zaal (dat wil zeggen dat de marginale kosten per extra bezoeker feitelijk nul zijn zolang er nog stoelen vrij zijn).

Meer dan duizend mensen gebruiken de complementaire munteenheid regelmatig en velen betalen daarmee hun huur of de overheidsvoorzieningen.

Tot slot worden 9,5% van alle uitgegeven Ithaca-uren aan plaatselijke non-profitorganisaties gegeven, die verschillende taken voor de gemeenschap als geheel uitvoeren. Tot dusver hebben 19 verschillende non-profitorganisaties zulke donaties ontvangen.

Paul Glover vat de voordelen samen. ‘Met ons geld zijn duizenden aankopen gedaan en vele nieuwe vriendschappen ontstaan, en ter waarde van honderdduizenden dollars aan plaatselijke omzet is toegevoegd aan wat wij het Basis Plaatselijk Product noemen.’ De grote beslissingen met betrekking tot het systeem als geheel (drukwerk, nominale waarden, manier van uitgeven, donaties) worden genomen tijdens tweemaandelijkse dineetjes (waar men eet wat de pot schaft), die fungeren als het ‘Bestuur van de Ithaca Reserve’.

Het systeem is landelijk op de televisie uitgezonden, eerst in Japan en meer recent in de Verenigde Staten zelf. De deelnemers zijn tevreden over de resultaten en de ondernemingen hebben meer plaatselijke klanten, die zowel hun gewone dollars als de Ithaca-uren uitgeven. Zelfs de mensen die Paul Glovers activistische stijl of politieke overtuiging niet waarderen, zijn overtuigd geraakt van zijn systeem. Deze aanpak is zich ook over het land gaan verspreiden. Paul Glover verkoopt voor 25 dollar of 2½ Ithaca-uur een informatiepakket over de manier waarop zo’n systeem kan worden opgezet. Vanaf 1997 waren er 39 urensystemen in de wereld operationeel.

Het eindresultaat: het is een succesvol model met erg lage opstartkosten, en het functioneert. Maar er is ook een nadeel, dat alle fiat-geld gemeen heeft: Ithaca-uren vragen om een centrale persoon die kan beslissen hoeveel geld kan worden uitgegeven. Hoewel dit democratisch geschiedt door het ‘Bestuur van de Ithara Reserve’ zullen alle centrale bankiers toegeven dat het beheersen van fiat-geld een delicate zaak blijft. Het grootste risico blijft het feit dat er inflatie en waardevermindering van de complementaire munteenheid zal zijn als er meer geld wordt uitgegeven dan de mensen willen gebruiken. Dit zal niet gebeuren zolang de managers van Ithaca-uren de aanwijzingen van Paul Glover en zijn collega’s volgen, door verstandig conservatief te blijven in hun beslissingen met betrekking tot de geldhoeveelheid. Maar dit risico weerhoudt mij om deze aanpak voor algemeen gebruik aan te bevelen.